
Duurzaam inkopen
14 september 2010
Organisaties die duurzaam inkopen, houden rekening met economie, het milieu en sociale aspecten, zoals arbeidsomstandigheden. Bij milieuaspecten gaat het om het effect van het product op het milieu, bijvoorbeeld door energie- of materiaalgebruik. De rijksoverheid wil samen met andere overheden – provincies, gemeenten en waterschappen - de markt voor duurzame producten stimuleren door het goede voorbeeld te geven en zelf duurzame producten te kopen.
De Rijksoverheid wil in Nederland toonaangevend zijn voor
duurzaam inkopen. Koplopers hierin zijn: Rijkswaterstaat, Prorail,
Rijksgebouwdienst.
Productgroepen
In opdracht van het Ministerie VROM heeft het Agentschap NL
(SenterNovem) een reeks duurzaamheidscriteria ontwikkeld voor 45
productgroepen die vanaf 2010 stapsgewijs worden ingevoerd bij alle
overheidsdiensten. Voor de bouw gaat het om onder andere om de
volgende productgroepen:
- kunstwerken (viaducten, bruggen..);
- gemalen;
- grondwerken;
- kabels en leidingen;
- kantoorgebouwen;
- rioleringen;
- sloopwerken;
- waterbouwkundige constructies ;
- wegen.
Inkoopproces
Het inkoopproces bestaat uit een aantal fasen. Per fase zijn er
criteriadocumenten.

Een bijzondere vorm van inkopen is het zogenaamde aanbesteden.
Hiervoor bestaat de 'Handleiding aanbesteden voor de Bouw'. De
duurzaamheidaspecten worden steeds vaker gebruikt in Design &
Constructcontracten als criteria voor het krijgen van een
'Economisch Meest Voordelige Inschrijving' (EMVI). Criteria zijn
behalve de prijs onder meer het projectmanagement, het
risicomanagement, de sociale factoren, de duurzaamheid, de
competenties en de levensduurkosten. EMVI wordt toegelicht in het
rapport 'Gunnen op waarde'.
De traditionele manier van aanbesteden is op basis van de
laagste inkoopprijs. Deze manier is niet altijd de meest duurzame
oplossing. EMVI biedt die garantie wel. De aanpak voor veel
bouwtoepassingen verkeert nu nog in een experimenteel stadium.
Een overzicht van duurzame producten is vermeld op de website
van MVO-Nederland (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Er
bestaat ook een website Marktplaats Duurzaam Inkopen
Overheden.
Wat overheden zoal voorschrijven
- bepalingen uit het Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen,
bijvoorbeeld bepaalde isolatiematerialen of FSC hout;
- een energielabel (maximale EPC-waarde) voor bestaande en nieuwe
gebouwen;
- een zekere minimumscore (punten) van een bouwwerk, bepaald met
een gebouwbeoordelingsmodel zoals GPR Gebouw, Breeam,
Greencalc;
- bepalen van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI)
met behulp van het LCA beoordelingsmodel Dubocalc dat
Rijkswaterstaat hanteert. Dubocalc bepaalt voor het ontwerp van een
bouwwerk de milieueffecten. Voor elk milieueffect is (per eenheid)
een schaduwprijs bepaald. Deze prijs symboliseert de kosten die
zijn gemoeid met het neutraliseren van het milieueffect.

Beton en duurzaam inkopen
Onderstaande criteria worden hierbij in aanmerking genomen:
- de inzet van hernieuwbare energiebronnen of gerecyclede
grondstoffen. Hiertoe behoort ook de inzet van betongranulaat of
andere minerale reststromen (e-vliegas, hoogovenslak) voor
betonmortel of betonproducten. Deze oplossingen zijn niet voor elke
toepassing duurzaam. Zo zal voor betonwegen en schoonbeton
(zichtbeton) het voorschrijven van hoogovencement of betongranulaat
niet altijd leiden tot een duurzame oplossing. De inzet van
portlandcement en primaire grondstoffen (bijv. grind) kan dan per
slot van rekening wel eens leiden tot een meer duurzame
oplossing;
- energieneutrale bouwconcepten, bijvoorbeeld een brug met een
voorgeschreven energieverbruik via groene energie of
geothermie;
- inzet van betonkernactivering (in wanden of vloeren) wat
positief zal bijdragen aan een verlaagd energieverbruik tijdens de
gebruiksperiode van een gebouw;
- toepassing van betonwegen, wat kan leiden tot relatief lage
integrale kosten. Met EMVI kan worden bepaald of dit ook voor de
gewogen milieueffecten het geval is.