Wat is eco-responsibility?

Ecolabels in de bouwsector

15 september 2010

Met ecolabels wordt beoogd bouwmaterialen of bouwprocessen een objectieve milieureferentie te geven die ontwerpers, aannemers en opdrachtgevers helpt bij hun keuze voor duurzaam verantwoord bouwen.

In ISO 14020 wordt een aantal algemene principes beschreven die gelden voor alle vormen van milieulabeling gebaseerd op productmanagement. De norm onderscheidt drie soorten ecolabels: 

Type I (ISO 14024)

Deze labels worden uitgegeven door overheidsinstanties of door niet-commerciële private organisaties. De toekenning gebeurt op basis van uitgangspunten die betrekking hebben op milieucriteria die de volledige levenscyclus van een product omvatten. Deze criteria zijn soms volgens de LCA-methodiek

Voorbeelden van nationaal en internationaal aanvaarde ecolabels die professionals en consumenten helpen bij het maken van keuzes:Ecolabel

  • FSC-label voor duurzaam geproduceerd hout
  • Energieprestatiecertificaat voor gebouwen (via de EPC-waarde)
  • labels op basis van gebouwbeoordelingsmodellen, zoals Breeam (UK, NL), GPR Gebouw (NL), Greencalc (internationaal) , LEED (USA) en Valideo (in Belgie). De beoordeling gebeurt meestal via een scorelijst voor materiaalgebruik, energie- en waterverbruik, locatie (bijv. zonoriëntatie, beschikbaarheid van openbaar vervoer), gezondheid (bijv. lichttoetreding) en vervuiling (afval). Door de scores te wegen volgt er een eindscore. Dit levert bijvoorbeeld het label 'BREEAM outstanding' op. De eindscore is dan een duurzaamheidskeurmerk. 

Type II (ISO 14021)

Door de producent, toeleverancier of aannemer toegekende labels, die vaak maar één milieueffect behandelen, bijvoorbeeld de lange levensduur, de recyclebaarheid, de energiezuinigheid, het waterverbruik. Labels van type II zijn niet gecertificeerd door een onafhankelijke instantie en hebben vaak niet meer dan informatieve en/of commerciële waarde.

Enkele voorbeelden:

  • energielabel voor huishoudelijke apparatuur;
  • label voor het brandstofverbruik en de emissies van personenauto's;
  • label voor recyclebaar glas;
  • keurmerk bewuste bouwers (een aantal aannemers in Nederland).

Energielabels

Type III (ISO 14024/40)

Deze labels worden getoetst door een onafhankelijke instantie (peer-review). Meest bekend in de bouw is EPD (Environmental Product Declaration) een milieuverklaring die kwantitatieve informatie verstrekt van een aantal milieueffecten (per eenheid product, bijv. 1 m³ of 1 ton). 

EPD label

Voorbeelden van milieueffecten zijn: global warming (kg CO2 eq. per ton product), verzuring van het milieu (kg SO2 eq.) en aantasting van de ozonlaag (kg CFC eq.). Verder normaliseert de EPD de gegevens over het gebruik van energie (hernieuwbaar en niet-hernieuwbaar, GJ per ton product), water en grondstoffen, de hoeveelheid geproduceerd afval (gevaarlijk en niet gevaarlijk) en emissies naar lucht en water. 

In de zogenaamde Product Category Rules (PCR) staan de criteria voor het opstellen van een EPD. In Nederland is NEN 8006 van toepassing en heeft de EPD de benaming MRPI gekregen, in Frankrijk de INIES, in UK de BRE Environmental Profiles. Via CEN Commissie TC 350 wordt gewerkt aan een geharmoniseerde aanpak voor het maken van EPD's van bouwmaterialen. 

Voor portlandcement (CEM I) heeft Cembureau in 2008 op basis van de gegevens van een tiental cementproducenten een EPD opgesteld en uitgegeven. Voor de EPD van een betonproduct is o.a. de EPD van de gebruikte cementsoort nodig. In Nederland en België werken de cementfederaties aan nationale EPD's voor de meest gebruikte cementsoorten (dat zijn CEM I, II en III). Hiervoor worden per land de productiegegevens van de belangrijkste cementproducenten gebruikt. 

Voor de bouwmarkt is het vergelijken van EPD's van bouwmaterialen complex en veelal niet mogelijk omdat definities, aannamen en systeemgrenzen kunnen verschillen. De PCR's hebben namelijk een aantal vrijheidsgraden waaruit gekozen kan worden bij het opstellen van een EPD. Bovendien is EPD beperkt tot milieu, en beschouwt het niet sociale en economische aspecten.