Voor de productie van klinker zijn er gecarbonateerde
grondstoffen (kalk) nodig die in groeves worden gewonnen. ENCI
zorgt voor vervanging van primaire grondstoffen door secundaire
grondstoffen te gebruiken. Deze stoffen zoals vliegas van
kolengestookte elektriciteitscentrales en gegranuleerde
hoogovenslak worden zowel voor de klinkerproductie als voor de productie van cement
gebruikt.
De inzet van deze secundaire grondstoffen zorgt voor minder
milieubelasting:
- Besparing op grondstofvoorraden (kalksteen) en daarmee minder
winning c.q. landschapsaantasting
- Vermindering van het brandstofverbruik en daaraan gekoppelde
emissies.
Het gebruik van reststoffen met hydraulische eigenschappen in
cement brengt een verlaging van de klinkerproductie met zich mee en
dus een vermindering van de daaraan verbonden uitstoot.
Bijvoorbeeld ingeval van hoogovencement CEM III/B is het
klinkergehalte ca.35% vergeleken met 95% in Portlandcement CEM I
door het nuttig inzetten van minerale, industriële reststoffen met
bindingseigenschappen.
De inzet van e-vliegas en hoogovenslak voor cementproductie is
gebonden aan de lokale beschikbaarheid door de nabijheid (binnen
500 km) van elektriciteitscentrales resp. oxy-staalindustrie. Bij
grotere afstanden blijkt het economisch en ecologisch meer
verantwoord om Portlandcement te produceren.

ENCI maximaliseert het gebruik van alternatieve grondstoffen met
inachtneming van de kwaliteit van het eindproduct.