In zijn studie 'Climate change and sectors: Some like it hot!'
(Deutsche Bank, 2007) stelt auteur Eric Heyman dat de
klimaatverandering niet alleen een milieudimensie heeft maar ook
invloed uitoefent op de reguliere markteconomie.
Bouwsector
Het is vooral de overheid die de markteconomie beïnvloedt door
haar inspanningen om de klimaatverandering te beperken en
aanpassingen voor te bereiden om de negatieve gevolgen van
klimaatverandering te voorkomen.
Enkele voorbeelden van publieke maatregelen zijn:
- stimuleren en voorschrijven van het verminderen van de
CO2-voetafdruk van producten en diensten. Hierbij speelt
menselijk gedrag ook een rol, bijvoorbeeld verminderd vliegvervoer,
aanschaf van ecologische producten etc.;
- het stimuleren van het gebruik van schone energiebronnen zoals
groene elektriciteit en het financieel belasten van voertuigen die
een relatief grote CO2-emissie hebben;
- de rechten op CO2 emissie beperken en de kosten van
deze rechten stapsgewijs verhogen via een openbaar handelssysteem
(EU ETS) voor o.a. de chemische industrie;
- maatregelen voor het verbeteren van de isolatie van bestaande
gebouwen door middel van voorlichting, subsidies en regelgeving. En
het bevorderen van innovaties ten behoeve van bijvoorbeeld
energieneutrale bouwconcepten, schone logistiek en schone
voertuigen etc.;
- voorbereiden van infrastructurele aanpassingen zoals
bescherming tegen intensieve regenval en tegen hogere waterstanden
in zee, meren en rivieren. Bijvoorbeeld door verhoging van kades en
het verbreden van rivierbekkens.
Behalve de overheid hebben ook andere actoren (consument,
industrie etc.) invloed op de markteconomie. Er zal een stijgende
vraag zijn naar bepaalde diensten en grondstoffen, wat weer effect
heeft op beschikbaarheid ervan en op de prijsniveaus.
Tweemaal winnaar
De gevolgen zijn dubbel positief voor de bouwsector, niet alleen
voor bouwers (aannemers) maar ook voor o.a. installateurs,
architecten, constructeurs, de toeleverende industrie,
innovatiebedrijven (onderzoek, R&D) en de recycling
branche.
Ze hebben betrekking op preventieve maatregelen ten behoeve van
klimaatverandering, zoals:
- het verlagen van het energieverbruik van bestaande bouwwerken
(renoveren incl. isolerende maatregelen, eventueel sloop en
herbouw, dat alles gericht op terugdringen van de CO2
emissies). Bestaande gebouwen vertegenwoordigen 8-10% van de door
mensen veroorzaakte CO2;
- het verhogen van kades, dijken en dammen tegen extreem
hoogwaterniveaus van rivieren, langs kusten, etc.;
- door isolatie en verbeteren van uitrusting voor verwarmen,
koelen en verlichten, kan het energieverbruik van de bestaande
bouwwerken met meer dan 50% verminderen. De stijgende
energieprijzen zullen deze ontwikkeling stimuleren;
- herstelmaatregelen bij calamiteiten als gevolg van
klimaatverandering. Calamiteiten kunnen zich voordoen door
overstroming, hoge windsnelheden etc.;
- herstel van bouwwerken en infrastructuur (korte termijn
investeringen);
- nieuwe inzichten die ertoe leiden dat verdergaande preventieve
maatregelen en innovatieve oplossingen op de lange termijn worden
doorgevoerd op landelijke en regionale schaal.

Gevolgen voor een aantal andere sectoren?
Verliezers:
De energiesector is verantwoordelijk voor een kwart van de
CO2-uitstoot. Ongetwijfeld zal de verschuiving van
fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie een positief effect
hebben maar ze hangt vooral af van overheidsmaatregelen (afname van
subsidies wordt verwacht). West-Europa is niet altijd de meest
aantrekkelijke locatie voor energierendement. Er wordt een
afnemende vraag verwacht als energiebesparingen doorzetten en de
bevolking blijft vergrijzen.
De industrie (papier, metaal, bouwmaterialen, chemie) staat voor
een vijfde van de CO2-uitstoot. Er worden
prijsstijgingen en meerkosten voorzien voor voedsel en hout. De
chemische industrie kan inspelen op nieuwe producten (batterijen,
zonnecellen etc.) ondanks hogere grondstofprijzen.
Energie-intensieve bouwmaterialen (cement, kalk) worden duurder
maar zijn onmisbaar voor een duurzamer wereld, zoals
infrastructuur. Lokale productie wordt efficiënter en zal blijven
bestaan. Installatiebedrijven profiteren van investeringen in
verwarmen en koelen. Innovatie zoals automatisering is de sleutel
tot overleven.
Enkelvoudige winnaar:
Land en tuinbouw staat voor een derde van de
CO2-uitstoot. De prijzen voor landbouwproducten zullen
stijgen evenals de vraag naar biobrandstoffen. Er zijn kansen voor
genetische technologie, biotechnologie en voor herbebossing in
verband met CO2 opname.
Lees de volledige studie in bijlage
Eric Heyman , 'Climate Change and sectors: some like it hot!',
Deutsche Bank Research, 2007.