Regelgeving
Betongranulaat is gedefinieerd als materiaal dat voor meer dan
90% bestaat uit beton met een volumieke massa van ten minste
2100 kg/m3. In de CUR Aanbeveling 112 'Beton met
betongranulaat als grof toeslagmateriaal' worden eisen gesteld
aan de toepassing van betongranulaat als grof toeslagmateriaal
(> 4 mm). Deze aanbeveling regelt de toepassing van
betongranulaat volgens NEN - EN 12620 + NEN 5905 in constructies
als bedoeld in de NEN 6720 en is van toepassing op de
sterkteklassen C12/15 t/m C53/68 en alle milieuklassen volgens
NEN-EN 206-1 + NEN 8005 m.u.v. XD en XS.
Indien de vervanging van het harde dichte toeslagmateriaal door
betongranulaat voldoet aan de eisen van bovenvermelde Aanbeveling
en beperkt blijft tot maximaal 50%, veranderen de eigenschappen van
het beton zo weinig dat de rekenwaarden voor de constructeur
ongewijzigd blijven. De toepassing tussen 20-50% moet met de
opdrachtgever worden overeengekomen. Bij een vervanging van meer
dan 50% (v/v) van het grove toeslagmateriaal moet met de in de
aanbeveling aangepaste rekenregels worden gewerkt. BRL 2506 is een
richtlijn voor de certificering van betongranulaat voor
beton.
Productie
Het productieproces van betongranulaat verloop via een
puinbreekinstallatie die gericht is op het breken van het puin en
het zuiveren tot granulaten die hergebruikt kunnen worden in de
bouwsector. De meeste installaties bestaan uit een primaire en een
secundaire breekeenheid. Zo wordt een grotere reductiefactor en een
mooiere vorm van het granulaat verkregen. Zeefinstallaties scheiden
de granulaten volgens grootte. Na productie worden de
puingranulaten selectief opgeslagen in afwachting van verkoop of
toepassing.
Er zijn andere processen in ontwikkeling om betongranulaat te
verkrijgen zoals bijvoorbeeld het Kringbouwproces, ontwikkeld door TNO met
medewerking van o.a. ENCI en Mebin. Dit betreft een thermisch
proces en ADR (Advanced Dry Recovery) waarin o.a TU Delft en
ENCI/Mebin participeren.
Toepassing
Van belang bij toepassing van betongranulaat zijn:
- mate van (lokale) beschikbaarheid. Bij vervoer over meer dan 50
km zijn de milieu-effecten vaak (te) negatief
- continuïteit van kwaliteit (dichtheid, vorm, gradering,
verontreinigingen)
- prijsniveau t.o.v. natuurlijke toeslagmaterialen (grind,
hardsteen, basalt etc)
Betongranulaat in beton is hoogwaardiger dan verwerking in
wegfunderingsmateriaal (zgn. menggranulaat).
Betongranulaat 4/32 is evenwel niet altijd toepasbaar als
vervanger voor grind:
Duurzaam inkopen
Het voorschrijven dat betongranulaat zondermeer in beton wordt
toegepast is vanuit ecologisch standpunt ongewenst omdat niet
altijd een meer duurzame oplossing wordt bereikt dan met grind.
Momenteel zijn beschikbaarheid en kwaliteit van betongranulaat per
regio verschillend. De overheid is het eens geworden met de
betonindustrie dat het landelijk vervangingspercentage 3,85 is in
2010. Geleidelijk zal dit percentage worden verhoogd met het oog op
het sluiten van kringlopen. Voor 2020 streeft de overheid naar een
vervangingspercentage van 10.
De branche-organisaties VOBN en BRBS hebben een convenant
gesloten om ten minste 300 kton betongranulaat per jaar toe te
passen in betonmortel. Binnen de prefab industrie bestaan ook
initatieven om sloopbeton in te nemen, te granuleren en te
verwerken in het productieproces. Vanuit opdrachtgevers is er
belangstelling voor, mede gericht op het verlagen van de carbon
footprint.